Hoewel zijn naam maar niet te binnen wil schieten kan ik mij een Russische schrijver herinneren die zijn boek opent met de beschrijving van een eerste zonnige lentedag na een lange koude en donkere winter waarop de bloemen bloeien in het park, de vogels zingen in de bomen en kinderen eindelijk weer buiten spelen. Dit beeld wordt echter in de kiem gesmoord als de mannen in de buurt hun motormaaiers starten en op luidruchtige wijze het lentegroen kortwieken.

Met mijn ogen nog op half zeven loop ik de woonkamer in. Samen met mijn man woon ik op de eerste verdieping van een rijtjeshuis in leefgemeenschap Villa Muhaba. Terwijl ik de slaap nog uit mijn ogen wrijf, kijk ik naar buiten. Het duurt even voordat het tot mij doordringt wat ik zie. Vanuit ons huis heb ik uitzicht over onze eigen tuin en ook die van de buren. Terwijl het in het vroege voorjaar nog fris is, geniet onze buurman van de hottub. Maar hij is geen alleengenieter.