“Zo kan ik het ook, met zo’n k**motortje!”

Vanmorgen vroeg ik mij af wat mij zo ergert aan elektrische fietsen. Dat gevoel leeft bij meer mensen. In Amsterdam worden e-bikes zelfs op ludieke wijze gesaboteerd. Waarom raak ik overspoeld door een vreemd soort razernij wanneer ik door lafjes trappende mensen op een e-bike wordt voorbijgestuift? 

Hoe sterk is de eenzame fietser?, Flickr – ftnoothout

Het is kwart voor tien en ik klim op mijn Gazelle de Spoelwijkschedijk bij Boskoop op. Halverwege het puistje snelt een dame van dubbel mijn leeftijd mij geruisloos voorbij. Rood regenjack, grijze coup en een grote zwarte zonnebril. Zonder moeite draait ze op de dijk naar links. Terwijl ik puffend de laatste meters naar boven afleg, lukt het me mijzelf in te houden en haar niet, in een laatste poging de situatie te rechten, na te schreeuwen met: “Zo kan ik het ook, met zo’n k**motortje!”

Sinds een jaar of tien wordt ons land overspoeld met e-bikes. Waar het product eerst werd vermarkt als oplossing voor immobiele ouderen, kiezen vandaag ook jongeren en mensen van middelbare leeftijd voor een tweewieler of bakfiets met trapondersteuning. Zelfs op de middelbare school waarop ik werk krijg ik bijna wekelijks de vraag: “Meneer, mag ik mijn accu tijdens uw lesuur opladen?” En als ik dan van mijn werk opkijk naar de vraagsteller, zie ik geen lichamelijk beperkt kind getooid met een liftpas, maar een blakende knul van vijftien op sportsokken in witte nikes.

De achterliggende reden? “Het is alsof je altijd met de wind in je rug fietst”, aldus een 33-jarige vriend. “Waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan?” Precies. Daar zit ‘m in. Waarom zou een mens vrijwillig lijden en moeite willen doen? Is het leven van de mens niet veel beter wanneer hij zorgeloos door het bestaan kan? Wanneer alle last en inspanning hem ontnomen zijn en hij als een vorst, nippend aan glas champagne, kan genieten van de nieuwste Netflix-serie? 

Ik denk het niet. Ik denk dat zo’n vorst al snel naar krankzinnigheid neigt en besluit de stad te verbranden. Omdat hij onderhuids voelt: dit gaat zo niet, ik houd mezelf voor de gek. Genesis leert dat de mens verwezen is tot een bestaan waarin hij zal “zweten voor zijn brood” (3,19) en ik meen dat deze frase ten onrechte als een straf wordt beschouwd. Natuurlijk is zij door God na de zondeval uitgesproken en wordt de mens met deze woorden de hof uitgejaagd. Maar juist hierin, zo meen ik, zit een groot geschenk verstopt.

Met het komen in een wereld van tijd en ruimte moet de mens op weg. Dat is de condition humaine. “De mensenzoon heeft geen plek om zijn hoofd neer te leggen” (Luk 9,52). De wereld draait door en van de mens wordt een geweldige inspanning verlangt. Hij moet over de enge weg naar huis en alleen dat doen is zijn bestemming. Hem wacht een leven vol verdrukking, ruzie, angsten, onbegrip en sterven. Daar is niets makkelijks aan, misschien dat daarom een geboorte gepaard gaat met huilen. 

Maar dat is niet het hele verhaal. Tegelijkertijd valt een bestaan vol met passie, geloof, liefde, overwinning en opstaan hem toe. Als twee wilgentenen worden beide kanten met elkaar vervlochten tot een weg die tevens waarheid en leven is. Ja, ik geloof dat de mens is veroordeeld tot een worsteling op twee benen, maar dat zo ook aan hem het grootste avontuur wordt geschonken. En raken we dan niet aan een geheim, het wonder van dit bestaan en de reden dat we van dit alles desondanks genieten? 

Misschien is dat het. Dat ik daarom bij het zien van zo’n e-bike, het gevoel heb dat iemand het leven een klein beetje onrecht aandoet. Een soort vals spelen. Alsof een stem in mij roept: “Je ontloopt de moeite en daarmee de prijs.”

Wellicht stel ik me aan en is het gewoon het stromen van de tijd waarin zulke nieuwe vondsten horen. Ik kan intussen ook moeilijk zonder auto of centrale verwarming. “Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad,” leert Jezus (Matt 6,34). Dat is een wijze les… Tonen de enorme wereldproblemen van het moment niet aan, dat ondanks alle gemakken, we ons lot toch niet kunnen ontlopen?

Met dat in het achterhoofd zet ik op de brug nog een keertje aan. In een moment van overmoed ga ik zelfs even op de trappers staan. De dame is dan al aan de horizon verdwenen.


Jeftha onderwijst Machinebouw aan onze hoop voor een betere toekomst, oftewijl: is leraar Economie op een middelbare school.